Carmignac

Netto-nul = het einde van fossiele brandstoffen?

  • Auteur(s)
    Michel Wiskirski
  • Gepubliceerd
  • Lengte
    3 minuten leestijd

Het Internationaal Energieagentschap (IEA) heeft een routekaart naar Net Zero 2050 gepubliceerd en daaruit blijkt dat we nog een lange weg te gaan hebben als we de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs willen halen Het idee er zomaar een schakelaar van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energiebronnen kan worden omgezet, is te eenvoudig gedacht, zo bevestigt het onderzoek.

Olie- en gasbedrijven dragen weliswaar veel verantwoordelijkheid voor het probleem, maar de netto-nul-doelstelling kan niet zonder ze bereikt worden. In de hele waardeketen, van de winning van fossiele brandstoffen tot schone alternatieven aan de pomp, kan er een verschil gemaakt worden. Dit moet ook erkend, gemonitord en aangemoedigd worden door actief rentmeesterschap.

Wat is netto nul?

Nul bereiken betekent dat de netto-uitstoot van broeikasgassen wereldwijd nul moet zijn. Met andere woorden, de hoeveelheid kooldioxide die wij als gevolg van onze activiteit in de atmosfeer pompen, moet weer naar de bodem worden afgevoerd. In de Overeenkomst van Parijs zijn twee belangrijke doelstellingen voor 2050 vastgesteld: netto-nul-emissie en beperking van de wereldwijde temperatuurstijging tot 1,5 graden Celsius ten opzichte van het tijdperk van vóór de industriële revolutie (zoals het er nu voorstaat, is de temperatuur volgens de Verenigde Naties in 2020 al met 1 graad Celsius gestegen in de afgelopen eeuw).
Het Internationaal Energieagentschap (IEA) heeft een routekaart naar Net Zero 2050 gepubliceerd en daaruit blijkt dat we nog een lange weg te gaan hebben als we de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs willen halen. Uit de studie blijkt dat we, rekening houdend met alle klimaatverbintenissen die landen wereldwijd zijn aangegaan, nog lang niet in de buurt van nul zijn. Sommige landen hebben netto-nul-verbintenissen toegezegd zonder duidelijke trajecten uit te stippelen over hoe zij daar willen geraken.

Waarom is het veel complexer dan sommigen beweren?

Het eenvoudige antwoord is dat het hele energiesysteem zeer complex is. Er zijn wereldwijd veel spelers in de waardeketen bij betrokken. Bovendien moet de energietransitie inclusief zijn om te voorkomen dat een nieuw probleem wordt gecreëerd door er een op te lossen. Het IEA-rapport heeft een stappenplan opgesteld dat mogelijk tot verdere beperkingen zal leiden, met zeker een aantal zeer in het oog springende punten. Bijvoorbeeld: geen nieuwe verkoop van ketels op fossiele brandstoffen tegen 2025, geen nieuwe steenkoolmijnen of uitbreidingen vanaf 2021, geen nieuwe verkoop van auto's met verbrandingsmotoren vanaf 2035, geen nieuwe olie- en gasvelden goedgekeurd voor ontwikkeling, enz.

Sommigen kunnen deze krantenkoppen wellicht interpreteren als een gemakkelijke overwinning op de fossiele-brandstofindustrie, maar in werkelijkheid is het zeer moeilijk om dit op een uniforme wijze over de hele wereld uit te voeren. Het is in feite zeer bemoedigend en veelbelovend om de aanbevelingen van het IEA te zien met betrekking tot de toenemende noodzaak om hernieuwbare energie uit wind- en zonne-energie te installeren, met meer dan 1000 GW per jaar in dit decennium tot 2030, van een niveau van 220 GW geïnstalleerd in 2020, wat al een recordjaar was.

De studie bevestigt het idee dat het afschakelen van fossiele brandstoffen en het overschakelen op hernieuwbare energiebronnen op zijn minst te simplistisch is.

Waarom zijn nieuwe technologieën kritiek?

Het IEA beveelt ook aan dat we, om netto nul te bereiken, op een ordelijke manier te werk moeten gaan. Dit betekent dat in de loop van dit decennium de nadruk zal liggen op een significante installatie van bestaande technologie, terwijl tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in O&O voor technologieën die wij nog moeten ontwikkelen. Na 2030 zullen nieuwe technologieën van cruciaal belang zijn, en anders gezegd, zij zijn de conditio sine qua non als we de netto-nul-doelstelling willen halen. Bijvoorbeeld: energieopslag op nutsschaal, waterstof als energiebron, directe afvang en opslag van lucht, om er maar een paar te noemen.

Carmignac

Als we kijken naar het energiesysteem wereldwijd, zullen olie en gas tot 2050 een belangrijke rol spelen, een zeer verschillende rol weliswaar, aangezien er geen nieuwe velden mogen worden goedgekeurd bovenop de velden die tot nu toe al zijn goedgekeurd. Wat olie betreft, wordt verwacht dat de vraag tegen 2050 met 75% zal dalen ten opzichte van 2020, waardoor het gebruik van het niet-verbrandende deel voor de bevoorrading van sub-industrieën zoals de petrochemie beperkt zal blijven tot er een alternatieve oplossing is. De maritieme sector zal ook te maken krijgen met infrastructurele uitdagingen als gevolg van de levensduur van de zeeschepen. Het IEA voorspelt dat het gas halverwege de jaren 2020 een piek zal bereiken en tegen 2050 met ongeveer 55% zal zijn afgenomen ten opzichte van 2020.

Welke gevolgen?

Als olie en gas vandaag worden afgesloten, kan dat grote maatschappelijke problemen veroorzaken die momenteel door het grote publiek over het hoofd worden gezien en genegeerd. Naar schatting zijn wereldwijd ongeveer 40 miljoen mensen rechtstreeks werkzaam in de olie- en gasindustrie, terwijl veel regio's binnen de ontwikkelingseconomieën floreren of uitsluitend afhankelijk zijn van de olie- en gasindustrie.

Om tegen 2050 netto-nul te bereiken, zullen alle bedrijfssectoren, overheidsinstanties en het consumentengedrag moeten veranderen. Het lijkt naïef en verkeerd geïnformeerd om één sector slecht of vuil te noemen, vandaar onze voorkeur om een overgangsoplossing te vinden die tot een beter resultaat leidt voor iedereen.

Olie- en gasbedrijven hebben veel in te brengen, als ze maar erkennen dat hun bedrijfsmodel moet evolueren om de energietransitie te ondersteunen. Anders gezegd, zij zijn een belangrijk deel van het probleem, maar zij zullen ook deel moeten uitmaken van de oplossing om de netto-nul-doelstelling te halen. We zien nu al dat enkele Europese oliemultinationals toezeggingen doen voor deze transformatie. Sommigen vinden dat dit niet snel genoeg gaat, omdat zij willen dat deze bedrijven hun olie- en gasactiviteiten volledig afstoten. In de hele waardeketen, van de winning van fossiele brandstoffen tot schone alternatieven aan de pomp, kan er echter een verschil gemaakt worden. Dit moet ook erkend, gemonitord en aangemoedigd worden door actief rentmeesterschap.


Ontdek Carmignac Portfolio Green Gold

Carmignac

Een duurzaam aandelenfonds om de klimaatverandering tegen te gaan

  • Doelgericht beleggen: streeft een aantrekkelijk langetermijnrendement na en levert tegelijkertijd een positieve bijdrage aan het milieu.

  • Efficiënt beleggen: geeft de voorkeur aan innovatieve ondernemingen binnen de hele waardeketen voor hernieuwbare en groene energie.

  • Duurzaam beleggen: belegt ten minste 60% van zijn activa in bedrijven die een bijdrage leveren aan het indammen van de klimaatverandering1.

    Fondsclassificatie krachtens de SFDR2 Artikel 9

    1Volgens de door de EU gehanteerde taxonomienormen.
    2Verordening (EU) 2019/2088 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector, of "SFDR". Voor meer informatie verwijzen we naar EUR-lex.



Meer informatie over onze benadering van verantwoord beleggen vindt u hier:


Carmignac Portfolio Green Gold A EUR Acc

ISIN: LU0164455502

Aanbevolen minimale beleggingstermijn

Laagste risico Hoogste risico

Potentieel lager rendement Potentieel hoger rendement

1 2 3 4 5 6 7
Voornaamste risico's van het Fonds

AANDELEN: Aandelenkoersschommelingen, waarvan de omvang afhangt van externe factoren, het kapitalisatieniveau van de markt en het volume van de verhandelde aandelen, kunnen het rendement van het Fonds beïnvloeden.

GRONDSTOFFEN: Schommelingen van de grondstoffenkoers en de volatiliteit van deze sector kunnen tot een daling van de netto-inventariswaarde leiden.

WISSELKOERS: Het wisselkoersrisico hangt samen met de blootstelling, via directe beleggingen of het gebruik van valutatermijncontracten, aan andere valuta’s dan de waarderingsvaluta van het Fonds.

DISCRETIONAIR BEHEER: Het anticiperen op de ontwikkelingen op de financiële markten door de beheermaatschappij is van directe invloed op het rendement van het Fonds, dat afhankelijk is van de geselecteerde effecten.

Het fonds houdt een risico op kapitaalverlies in.

* Risicocategorie van het KIID (Essentiële Beleggersinformatie) indicator. Risicocategorie 1 betekent niet dat een belegging risicoloos is. Deze indicator kan in de loop van de tijd veranderen.